| Samenvatting (Engels) | Urinary catheter use is common after neurosurgical procedures, yet often unnecessary or prolonged. Indwelling urinary catheters (IDUCs) increase the risk of infection, discomfort, and delayed mobilization, while catheter removal is frequently postponed due to routines, hierarchy, or fear of re-catheterization. This thesis explores how nursing and patient roles in postoperative urine management can be redefined to improve safety, efficiency, and autonomy in care.
The research program consisted of seven studies, combining qualitative, quantitative, mixed-methods, and implementation designs.
Chapter 2 explored nurses’ and physicians’ perspectives through interviews, revealing that decisions about catheter placement and removal are shaped more by hierarchy, routines, and convenience than by patient-centered reasoning.
Chapter 3 examined patient experiences, showing that catheter use was associated with feelings of dependence, embarrassment, and reduced mobility. Patients valued involvement, clear explanations, and being able to participate in their own recovery.
Chapter 4 presented a systematic review of early versus late catheter removal after neurosurgery. Early removal shortened length of stay and enhanced mobilization without increasing re-catheterization, though definitions of complications such as urinary tract infection (UTI) and retention were inconsistent.
Chapters 5 and 6 described a multicenter before–after study implementing a nurse-led, evidence-based protocol for catheter removal and management. The protocol reduced overall and inappropriate IDUC use, with the strongest effect in pituitary surgery, where care was already more standardized. Adoption was feasible, though variation persisted across settings and times of day.
Chapter 7 evaluated patient participation in measuring urine specific gravity (SG) as part of postoperative fluid balance monitoring. Patients measured SG with strips almost as accurately as nurses using the reference method (weighted κ 0.47 vs 0.55), demonstrating the potential for selective self-measurement and shared responsibility in recovery.
Across studies, three overarching themes emerged:
(1) Nursing autonomy—greater decision space for nurses leads to more timely and consistent actions, particularly when supported by clear criteria, feedback, and multidisciplinary trust;
(2) Patient participation—well-informed patients can safely contribute to urine and fluid monitoring, promoting engagement and self-management;
(3) System redesign—embedding nurse- and patient-driven elements into daily workflows (protocols, EHR prompts, teach-back communication) achieves sustainable behavioral change.
Future directions should move beyond awareness and focus on measurable adoption and fidelity, context-sensitive implementation, and the integration of patient-reported outcomes into neurosurgical nursing care. Empowering both professionals and patients to share decisions and responsibilities can enhance safety, comfort, and recovery—transforming routine postoperative care into truly collaborative practice.
|
|---|
| Samenvatting (Nederlands) | Urinekatheters worden na neurochirurgische ingrepen veel gebruikt, vaak langer dan nodig. Een verblijfskatheter verhoogt het risico op infecties, ongemak en uitgestelde mobilisatie, terwijl verwijdering regelmatig wordt uitgesteld door routine, hiërarchie of angst voor herkatheterisatie. Dit proefschrift onderzoekt hoe de rol van verpleegkundigen en patiënten in de postoperatieve zorg kan worden herzien om veiligheid, efficiëntie en autonomie te bevorderen.
Het onderzoeksprogramma bestond uit zeven deelstudies met kwalitatieve, kwantitatieve, mixed-methods- en implementatieopzetten.
Hoofdstuk 2 beschrijft interviews met verpleegkundigen en artsen, waaruit blijkt dat beslissingen over katheterplaatsing en -verwijdering vaak worden bepaald door gewoonte, logistiek en gezag, en minder door patiëntgerichte overwegingen.
Hoofdstuk 3 brengt patiëntervaringen in kaart: patiënten voelen zich afhankelijk, ervaren schaamte en mobiliseren later. Zij waarderen duidelijke uitleg, betrokkenheid en kleine vormen van eigen regie.
Hoofdstuk 4 omvat een systematische review naar vroeg versus laat verwijderen van katheters. Vroeg verwijderen verkortte de opnameduur en versnelde mobilisatie, zonder toename van herkatheterisatie, al waren definities van complicaties zoals urineweginfectie en retentie niet uniform.
Hoofdstuk 5 en 6 beschrijven een multicenter before–after implementatiestudie van een verpleegkundig-gestuurd protocol voor katheterbeleid. Het protocol leidde tot een daling van zowel het totale als het onterechte kathetergebruik, met het sterkste effect bij hypofysechirurgie. De uitvoerbaarheid bleek goed, al bleef variatie bestaan tussen afdelingen en diensten.
Hoofdstuk 7 onderzocht of patiënten zelfstandig het soortelijk gewicht (SG) van urine konden meten als onderdeel van het vochtbalansbeleid. Patiënten maten bijna even nauwkeurig als verpleegkundigen (gewogen κ 0,47 vs 0,55), wat perspectief biedt voor gecontroleerde vormen van zelfmeting en gedeelde verantwoordelijkheid.
Drie overkoepelende thema’s komen naar voren:
(1) Verpleegkundige autonomie – meer beslisruimte binnen duidelijke criteria en teamvertrouwen zorgt voor tijdiger en consistenter handelen;
(2) Patiëntparticipatie – goed geïnformeerde patiënten kunnen veilig bijdragen aan urine- en vochtmonitoring, wat betrokkenheid en herstel bevordert;
(3) Systeemaanpassing – door protocollen, EPD-signalen en gestructureerde communicatie (teach-back) in te bedden, kan gedrag duurzaam veranderen.
Toekomstig onderzoek moet zich richten op meetbare adoptie en naleving van protocollen, contextgevoelige implementatiestrategieën en het opnemen van patiëntgerapporteerde uitkomsten in de neurochirurgische verpleegkundige zorg. Door zowel verpleegkundigen als patiënten te versterken in hun beslis- en handelingsruimte, kan de postoperatieve zorg veiliger, mensgerichter en meer samenwerkingsgericht worden
|
|---|