Proefschriften Verpleegkunde

Nederlandse titel proefschrift[Strategieën om de eerstelijns gezondheidszorg voor ouderen te verbeteren]
Engelse titel proefschriftStrategies for improving community healthcare for the elderly
Onderwerp(en)
  • Ouderen
  • Wijkzorg
Naam gepromoveerdeEijken, Monique van
Datum promotie01/06/2007
Linkedin-accountlinkedin.com
UniversiteitRadboud Universiteit
Doctor is verpleegkundige (geweest)
  • Ja
(Co)promotorenPromotoren: Prof.dr. T. van Achterberg & Prof.dr. M.G.M. Olde Rikkert. Copromotor: Dr. M. Wensing
Samenvatting (Nederlands)

In het eerste deel van het proefschrift hebben M. van Eijken e.a. onderzocht of gerichte voorlichting aan ouderen over veel
voorkomende aandoeningen ertoe zou leiden dat ouderen eerder naar de huisarts gaan. Uit eerder onderzoek blijkt dat
ouderen met gehoor- of gezichtsproblemen, urine-incontinentie, problemen bij het plassen en depressieve gevoelens
onvoldoende herkend worden door huisartsen. Door gerichte schriftelijke voorlichting over deze aandoeningen aan ouderen,
verwachtten de onderzoekers dat ouderen met klachten eerder naar de huisarts zouden gaan. In de voorlichtingsfolder
werden de symptomen omschreven en wordt aangegeven welke behandelingen de klachten zouden kunnen verminderen.
Door de onderzoekers werd deze interventie gezien als een mogelijkheid om zelfmanagement bij ouderen te vergroten. Dit
bleek niet het geval te zijn. Vergeleken met de controlegroep nam het huisartsenbezoek (gericht op de bovenstaande
aandoeningen) niet toe. Ouderen waren wel tevreden over de voorlichting. Vervolgens is onderzocht of er een relatie bestond
tussen een sterk zelfmanagement oriëntatie bij ouderen en de frequentie van huisarts bezoek. Deze relatie bleek niet
aanwezig; de belangrijkste drijfveer om naar het spreekuur van de huisarts te gaan is pijn. Het ontbreken van pijn zou een
reden van onderrapportage van gezondheidsproblemen kunnen zijn. Ik denk dat er ook andere redenen voor deze uitkomst
zouden kunnen zijn. Bij gezichtsproblemen en in iets mindere mate bij gehoorproblemen zijn er ook andere wegen om hulp
te vragen. Opticiens zijn tegenwoordig zeer laagdrempelig en kunnen veel metingen doen.
In het proefschrift ben ik geen duidelijke omschrijving tegengekomen van zelfmanagement. Gangbare definities van
zelfmanagement omvatten meer aspecten dan alleen gebruik te maken van schriftelijke informatie.1‘2 Zelf hebben we
zelfmanagement bij omschreven als het behouden of verhogen van kwaliteit van leven door het vinden van compensatie voor
verlies op bepaalde levensterreinen (zoals betaald werk, mobiliteit, (intieme) relaties), met in achtneming van de relaties
tussen de verschillende levensterreinen, het aanboren van nieuwe hulpbronnen en het in stand houden van het zelfsturend
vermogen. Het is de vraag of een grotere mate van zelfmanagement leidt tot eerder huisartsbezoek. Ik kan mij voorstellen
dat ouderen die hoog scoren op het terrein van zelfmanagement juist minder naar de huisarts stappen en bijvoorbeeld
eerder naar een opticien gaan.
Het tweede deel van het proefschrift richtte zich op het DGIP programma (Dutch Geriatric Intervention Programme). Een
multidisciplinair interventieprogramma voor thuiswonende kwetsbare ouderen. Ouderen, bij wie de huisartsen een
vermoeden hadden dat bovengenoemde aandoeningen zich zouden kunnen voordoen, werden aangemeld voor het
programma. Na verwijzing van de huisarts bezocht een geriatrisch verpleegkundige de oudere thuis. Indien inderdaad sprake
was van een van bovengenoemde aandoeningen werden vervolgbezoeken gepland voor aanvullende probleemverheldering
en coördinatie van zorg. De verpleegkundige werkte nauw samen met een klinisch geriater en de huisarts van de patiënt. Een
controle groep kreeg het programma niet aangeboden. De ouderen werden aselect toebedeeld over beide groepen. Uit het
onderzoek bleek dat de huisarts vooral ouderen verwees met cognitieve-, stemmings- en mobiliteitsproblemen. Huisartsen
gaven ook aan dat hen in de dagelijkse praktijk vooral de tijd ontbreekt om dieper in te gaan op probleemverheldering bij
deze ouderen. Ouderen die door een verpleegkundige bezocht werden, bleken na drie maanden hoger te scoren op
zelfredzaamheid en psychisch welbevinden dan de controle groep. Het welbevinden was na zes maanden verder
toegenomen maar het verschil met de controle groep was na zes maanden niet meer statistisch significant. Belangrijke
conclusies uit de studie zijn dat het belangrijk is ook de naaste omgeving (mantelzorgers) te betrekken bij het programma.
Ook wordt geadviseerd om de wijkverpleegkundigen (en huisartsen) een geriatrische training te geven wat betreft
diagnostische tests en probleemanalyse. Van Eijken adviseert bij het ontwikkelen van nieuwe zorgstrategieën een goede
balans te zoeken tussen een proactieve benadering en respect voor de autonomie van de oudere patiënt.

Copyright
  • Uploading his/her dissertation and additional information the author agrees with publication on this website. The author should in advance obtain permission from any other copyright holders for publication on this site.
Proefschrift (Engels) PDFmmubn000001_470004282.pdf